Skip to content

In the press

Ridders waren baas in Antwerpse Gouden Eeuw (Nieuwsblad – 12/2020)

Janna Everart: “Omstreeks 1400 woonden er ongeveer tienduizend mensen in Antwerpen. Rond het midden van de zestiende eeuw waren dat er honderdduizend, waardoor Antwerpen na Parijs de tweede grootste stad ten noorden van de Alpen was.”

“Terwijl in andere handelssteden van de zestiende eeuw het stadsbestuur bevolkt werd door handelaars, namen in Antwerpen vooral ridders, schildknapen, heren en jonkers de dagelijkse leiding van de stad op zich”, zegt doctorandus Janna Everaert.

Over de gouden zestiende eeuw van Antwerpen is al veel gezegd en geschreven. Over wie er destijds de lakens uitdeelde, is minder bekend. Voor haar doctoraatsonderzoek aan de VUB en de UA zocht Janna Everaert uit wie er in het Antwerpse stadhuis zaten.

De onderzoekster, die ondertussen doctor is, ging terug naar het einde van de vijftiende eeuw. “Ik heb de periode tussen 1490 en 1560 onderzocht. Toen werd de kiem gelegd voor de Gouden Eeuw van stad, die duurde tot de Val van Antwerpen in 1585.”

“Omstreeks 1400 woonden er ongeveer tienduizend mensen in Antwerpen. Rond het midden van de zestiende eeuw waren dat er honderdduizend, waardoor Antwerpen na Parijs de tweede grootste stad ten noorden van de Alpen was”, legt Janna Everaert uit.

Interessante huwelijkspartners

“Al van in de vroege vijftiende eeuw zat er een aantal ridders en edellieden in het stadsbestuur, maar dat aantal steeg spectaculair toen Antwerpen de rol van handelscentrum overnam van Brugge. Vanaf dat moment werden ongeveer driekwart van de zetels in het stadsbestuur ingenomen door leden van adellijke families.”

Daarmee vormde Antwerpen een uitzondering op vrijwel alle steden in de Lage Landen. Ook daar zat de adel in het stedelijk bestuur, maar veel minder. Eén van de redenen dat veel adellijke families naar Antwerpen trokken, is omdat ze daar konden genieten van een groot aanbod aan luxegoederen.

Een aantal van die edelen begon ook deel te nemen aan de Antwerpse politiek. Tegelijk creëerde de economische groei ook kansen voor gewone burgers om aansluiting te vinden bij de adel. “Hun toegenomen welvaart zorgde ervoor dat zij interessante huwelijkspartners werden voor de adel en dat de politieke families die konden opklimmen tot die adel, zich ook de bijbehorende dure levensstijl konden veroorloven.”

 Van de Werve en Van Immerseel

De verwijzing naar onder andere ridders en schildknapen, die Janna Everaert in haar onderzoek doet, is niet uit de lucht gegrepen. “Veel van de adel in die tijd was ook militair en beschikte over troepen die konden ingezet worden bij opstanden en andere conflicten. Veel van de adel die in het stadsbestuur zat, stelde zijn militaire middelen en kennis ten dienste van de hertog van Brabant onder wiens bewind Antwerpen viel.”

Het overwegend adellijke stadsbestuur heeft Antwerpen alvast geen windeieren gelegd. Het is ook in die periode dat het huidige stadhuis gebouwd werd. Wat ervoor op de Grote Markt stond, was een gotisch gebouw dat tegelijkertijd dienstdeed als schepenhuis en lakenhal.

“Ook de adel was zich ervan bewust dat handel een cruciale factor was voor de welvaart van de stad. Net zoals doorheen de hele geschiedenis, hebben ook zij gelobbyd om hun belangen zo goed als mogelijk te vertegenwoordigen. Dat er in het stadsbestuur nauwelijks handelaars zaten, heeft dat niet beïnvloed.”

In het huidige straatbeeld zijn er nog steeds sporen terug te vinden van de voorname adellijke families die in de zestiende eeuw het beleid van de stad bepaalden. Onder andere Van de Werve en Van Immerseel zijn nog steeds terug te vinden. “Ook het Hof Van Liere verwijst naar die periode. Het is de familie Van Liere dat dit hof, waar nu de UA gevestigd is, heeft laten bouwen.”

Het doctoraatsonderzoek staat onder leiding van prof. Anne Winter van de VUB, professor Peter Stabel van het Centrum voor Stadsgeschiedenis (UA) en professor Frederik Buylaert (UGent).

 

* * *

Un nouveau commandant militaire pour la province de Namur (Sudinfo – 11/2020)

La province de Namur vient de se doter d’un nouveau commandant militaire, en la personne du lieutenant-colonel Xavier van de Werve de Schilde, un officier para-commando qui a passé 22 des 35 ans de sa carrière militaire dans des unités stationnées dans la province, entre plusieurs missions à l’étranger.

Il a succédé mercredi au colonel Bruno Smets, un chasseur ardennais d’origine, qui occupait cette fonction depuis juin 2017, soit 1.242 jours, a-t-il expliqué vendredi dans un communiqué.

Le passage de témoin s’est déroulé – crise sanitaire oblige – en comité très restreint, mais en présence du gouverneur de la province, Denis Mathen. Le commandant militaire de province est en effet le représentant de la Défense au sein de sa province. Il est aussi principalement le conseiller militaire particulier du gouverneur, prioritairement dans le cadre de la planification d’urgence et de la gestion de crises ou de catastrophes.

Âgé de 68 ans, le colonel Smets fait ainsi ses adieux définitifs aux armes, 39 ans après être entré à l’École royale militaire (ERM) de Bruxelles. Il a notamment passé dix-sept ans au sein d’unités opérationnelles, qui l’ont amené à participer à trois opérations de longue durée dans les Balkans, après les guerres en ex-Yougoslavie.

Son successeur, le lieutenant-colonel Xavier van de Werve de Schilde, a pour sa part notamment servi au sein du 2e bataillon de commandos, basé à Flawinne (Namur) et du centre d’entraînement de commandos de Marche-les-Dames, qu’il a commandé de 2016 à 2019.

* * *

Interview de Tanguy van de Werve (Financial Times – 12/2020)

https://www.ft.com/content/c1c90adf-71f0-46bf-9aa9-6fb04aa5351f